Header hergebruik

Nieuws

Artikel - 1 september 2026

Risico’s horen bij vooruitgang

Waarom de circulaire economie niet vastloopt op techniek, maar op vertrouwen

Nederland wil minder primaire grondstoffen gebruiken, meer materialen hergebruiken en de uitstoot van CO₂ terugdringen. Over die ambitie bestaat weinig discussie. Toch blijkt in de praktijk dat veel circulaire toepassingen niet vastlopen op techniek, maar op iets fundamentelers: vertrouwen.

Volgens Rob Wiegers, voorzitter van de Vereniging Industriële Bouwgrondstoffen (VIB), en Kees van de Plas van bouwgrondstoffenleverancier De Hoop ontstaat er steeds vaker een spanning tussen feitelijke risico’s en de manier waarop die risico’s maatschappelijk worden beleefd. Die spanning heeft directe gevolgen voor innovatie, recycling en de circulaire economie.

Grasbetontegels gemaakt op basis van industriële bijproducten die vrijkomen bij staalproductie

De paradox van de circulaire economie

De samenleving vraagt om verduurzaming. Grondstoffen moeten langer meegaan, afval verdient een tweede leven en de afhankelijkheid van primaire materialen moet afnemen. Tegelijkertijd ontstaat regelmatig weerstand zodra secundaire grondstoffen daadwerkelijk worden toegepast. “Voor de ene kant moeten we als industrie verduurzamen en meer circulair werken. Tegelijkertijd wil dezelfde maatschappij die producten soms niet hebben,” zegt Van de Plas.
Dat spanningsveld ervaart De Hoop dagelijks. Het bedrijf levert bouwgrondstoffen aan de bouwsector en onderzoekt actief of en hoe er meer secundaire grondstoffen kunnen worden ingezet. Daarbij gaat het niet alleen om duurzaamheid, maar ook om toekomstbestendigheid. “We kijken naar onze rol in de hele keten. Hoe kunnen we secundaire grondstoffen helpen toepassen, hoe kunnen we de acceptatie organiseren en welke rol kunnen wij daarin spelen?” Maar technische mogelijkheden blijken niet automatisch te leiden tot marktacceptatie. “De experts kunnen vaak goed onderbouwen wat wel en niet kan. Maar dat wil niet zeggen dat de markt het ook accepteert.”

Een samenleving zonder risico bestaat niet

Volgens Wiegers ligt de oorsprong van dat probleem dieper. Hij ziet een samenleving die steeds minder bereid is risico’s te accepteren. “Het leven zit vol met risico’s. We nemen elke dag deel aan het verkeer, sporten, reizen en ondernemen. Toch lijkt het alsof we bij industriële activiteiten steeds vaker verwachten dat elk risico volledig kan worden uitgesloten.” Dat is volgens hem een onrealistische verwachting. Risico’s horen bij het leven en dus ook bij economische activiteiten, innovatie en verduurzaming. “Als er ergens een incident plaatsvindt, volgt vaak direct de reflex om nieuwe regels te maken. Terwijl je ook moet accepteren dat er soms sprake is van een incident en niet van een systeemfout.” Volgens Wiegers heeft die reflex geleid tot een steeds complexer stelsel van regels en procedures. Vaak met de beste bedoelingen, maar niet altijd met het gewenste effect. “We doen alsof we steeds veiliger worden, maar soms creëren we vooral meer administratie en blokkeren we ontwikkelingen die we eigenlijk juist nodig hebben.”

Kees van de Plas (De Hoop):

'Er zijn afnemers die zeggen: wij willen het niet meer. Terwijl er geen technische, milieuhygiënische of arbeidskundige reden is om dat materiaal af te wijzen.'

Technisch verantwoord, maatschappelijk verdacht

Juist bij secundaire grondstoffen wordt zichtbaar hoe groot de invloed van risicoperceptie kan zijn. Materialen zoals staalslakken, bodemassen en andere industriële reststromen worden uitgebreid onderzocht, beoordeeld en gereguleerd voordat zij mogen worden toegepast. Toch kan een negatief maatschappelijk beeld ertoe leiden dat afnemers afhaken. Van de Plas ziet dat gebeuren. “Er zijn afnemers die zeggen: wij willen het niet meer. Terwijl er geen technische, milieuhygiënische of arbeidskundige reden is om dat materiaal af te wijzen.” Volgens hem worden materialen soms beoordeeld op hun afkomst in plaats van op hun eigenschappen. “Het materiaal wordt als het ware besmet door het beeld dat mensen hebben van de industrie waar het vandaan komt.” Dat geldt volgens hem niet alleen voor actuele discussies rond staalslakken. Eenzelfde ontwikkeling zag de sector eerder bij hoogovenslakken en poederkoolvliegas. Materialen die inmiddels breed worden toegepast, maar die in het verleden eveneens met argwaan werden bekeken.

Van incident naar regelgeving

Wiegers ziet een vergelijkbaar patroon in de maatschappelijke discussie. Een incident krijgt aandacht, leidt tot maatschappelijke onrust en vervolgens ontstaat politieke druk om maatregelen te nemen. Het gevolg is dat soms een hele materiaalstroom ter discussie komt te staan op basis van een beperkt aantal incidenten. “Als er ergens iets misgaat, ontstaat al snel de neiging om te zeggen: dan moeten we het verbieden. Maar daarmee los je het oorspronkelijke probleem niet automatisch op.” Volgens hem wordt daarbij soms vergeten dat het uitsluiten van een secundaire grondstof niet betekent dat de behoefte aan materiaal verdwijnt. “Als je een secundaire grondstof niet meer gebruikt, moet je dezelfde functie op een andere manier invullen. Dan moet je die grondstof ergens anders vandaan halen.” En dat staat haaks op de ambities rond circulariteit en grondstoffenefficiëntie.

Secundaire grondbouwstoffen toegepast in funderingslagen, zoals bij de aanleg van een rotonde

Balanceren tussen zekerheid en innovatie

Voor bedrijven als De Hoop betekent dit dat zij voortdurend moeten balanceren tussen verschillende belangen. Enerzijds is er de ambitie om te verduurzamen en nieuwe materialen toe te passen. Anderzijds zijn er de eisen van opdrachtgevers, de betrouwbaarheid van producten, de technische prestaties en de verwachtingen van de markt. “Je moet continu zoeken naar de balans tussen duurzaamheid, kwaliteit, continuïteit, marktacceptatie en betrouwbaarheid,” zegt Van de Plas. Dat vraagt volgens hem om realisme. Niet alles wat technisch mogelijk is, zal morgen breed worden toegepast. Maar zonder ruimte voor innovatie komt de transitie evenmin van de grond.

Rob Wiegers (Vereniging Industriële Bouwgrondstoffen):

'De vraag is niet hoe we ieder risico uitsluiten, maar hoe we risico’s op een verstandige manier afwegen tegen de voordelen die een activiteit oplevert.'

Vertrouwen als ontbrekende schakel

Wiegers en Van der Plas komen met dezelfde oplossing. Niet méér techniek. Niet nóg meer onderzoek. Maar meer vertrouwen. Van de Plas benadrukt het belang van transparantie, communicatie en het uitleggen van risico’s in hun juiste context. “Hoe leg je dingen uit? Hoe groot is een risico werkelijk? Hoe zet je dat in perspectief?” Wiegers voegt daaraan toe dat de samenleving opnieuw het gesprek moet voeren over de vraag welke risico’s acceptabel zijn. “Het leven zonder risico bestaat niet. De vraag is niet hoe we ieder risico uitsluiten, maar hoe we risico’s op een verstandige manier afwegen tegen de voordelen die een activiteit oplevert.”

De circulaire economie vraagt meer dan techniek

De discussie over risicoperceptie raakt daarmee aan een fundamentele vraag: hoeveel onzekerheid zijn we bereid te accepteren om maatschappelijke doelen te bereiken? Wie uitsluitend kijkt naar mogelijke risico’s, loopt het gevaar de voordelen uit het oog te verliezen. Wie risico’s volledig negeert, verliest draagvlak. De uitdaging ligt ergens tussen die twee uitersten.
De circulaire economie vraagt om nieuwe grondstoffen, nieuwe toepassingen en nieuwe vormen van samenwerking. Maar uiteindelijk vraagt zij misschien nog wel meer om iets anders: vertrouwen. Vertrouwen in kennis, in zorgvuldig handelen, in toezicht en in het vermogen van samenleving en bedrijfsleven om risico’s op een verstandige manier af te wegen. Want pas wanneer techniek én vertrouwen samen optrekken, krijgt circulariteit werkelijk de ruimte om te groeien.

Vereniging Industriële Bouwgrondstoffen

De Vereniging Industriële Bouwgrondstoffen (VIB) vertegenwoordigt een breed scala aan secundaire bouwgrondstoffen: van bodemas en vliegas van (afval)energiecentrales tot de kalkkorrels en ijzerhoudend slib uit de drinkwaterproductie. De VIB stimuleert hoogwaardig hergebruik van industriële reststoffen en bijproducten. Dit doet zij door kennis te delen en deel te nemen aan nationale en internationale overleggen en technische commissies. Zo draagt de VIB bij aan een circulaire economie, waarin grondstoffen worden teruggewonnen, hergebruikt en de materiaalketen wordt gesloten. De VIB telt ongeveer 70 leden, van mkb-bedrijven tot multinationals. Ook de Vereniging Afvalbedrijven is aangesloten. www.verenigingindustrielebouwgrondstoffen.nl

Unico van Kooten

Contactpersoon
Unico van Kooten

Onze nieuwsbrief
ontvangen?

Circulaire economie

Circulaire economie

Klimaat

Klimaat

Recycling en restmaterialen

Recycling en restmaterialen