Nieuws
Artikel - 23 juli 2026
CO₂-heffing bij afvalverbranding werkt door in hele afvalketen
Afvalverbrandingsinstallaties, kortweg AVI’s, betalen een CO₂-heffing over de fossiele CO₂ die vrijkomt bij de verbranding van afval. De overheid wil deze heffing voor AVI’s de komende jaren aanzienlijk verhogen. AVI’s kunnen de kosten van de heffing geheel of gedeeltelijk verwerken in hun tarieven. Daardoor kan de CO₂-heffing ook gevolgen hebben voor bedrijven, gemeenten en andere organisaties die afval bij een AVI laten verwerken.
Voor de gehele afvalketen is het daarom belangrijk dat tijdig duidelijk is hoe hoog de heffing wordt en hoe deze wordt vastgesteld Een van de bepalende onderdelen voor de hoogte van de heffing zijn de zogenoemde emissiefactoren. Deze factoren werden tot nu toe pas laat bekendgemaakt. Daardoor konden AVI’s en hun klanten de financiële gevolgen niet tijdig en betrouwbaar inschatten. Op verzoek van de Vereniging Afvalbedrijven gaat de Nederlandse Emissieautoriteit, de NEa, deze emissiefactoren voortaan eerder publiceren.
Hoe werkt de CO₂-heffing?
De CO₂-heffing koppelt een prijs aan de uitstoot van fossiele CO₂ door industriële installaties. Bij AVI’s gaat het om de fossiele CO₂ die vrijkomt bij de verbranding van afval. Denk daarbij vooral aan de verbranding van fossiele materialen, zoals kunststoffen. CO₂ die afkomstig is uit biogene materialen, zoals hout, papier en voedselresten, valt niet onder deze heffing. Andere broeikasgassen zoals lachgas worden bij AVI’s niet via deze CO₂-heffing belast.
Een AVI betaalt niet automatisch over iedere uitgestoten ton fossiele CO₂. Iedere installatie ontvangt een bepaalde hoeveelheid dispensatierechten. Deze rechten vormen feitelijk een vrijgestelde hoeveelheid uitstoot. Alleen over de fossiele uitstoot waarvoor geen dispensatierechten beschikbaar zijn, is de heffing verschuldigd.
Het aantal dispensatierechten neemt in de loop van de tijd af. De hoeveelheid dispensatierechten worden bepaald op basis van historische procesemissies (CO₂ emissies in een historische referentieperiode) en nationale reductiefactor. Wanneer een AVI in een jaar meer dan 15% afwijkt van haar historische verwerkingsniveau dan worden de dispensatierechten aangepast. Voor AVI’s geldt daarnaast een specifieke AVI-correctiefactor, waardoor hun vrijgestelde uitstoot verder wordt afgebouwd naar nul in 2033. De overheid wil daarmee een extra prikkel geven om de uitstoot te verminderen. Vereenvoudigd ziet de berekening er zo uit: belaste fossiele CO₂-uitstoot × het geldende tarief = de verschuldigde CO₂-heffing. Daarbij is de belaste uitstoot de totale fossiele uitstoot, verminderd met de beschikbare dispensatierechten.
Waarom zijn de emissiefactoren belangrijk?
Om de heffing te bepalen, moet eerst worden vastgesteld hoeveel fossiele CO₂ een AVI heeft uitgestoten. Hiervoor tellen alle CO2-emissies die vrijkomen bij afvalverbranding mee, dus niet alleen de uitstoot uit het afval zelf maar ook de emissies uit verbranding van andere brandstoffen zoals aardgas voor steunbranders. De uitstoot kan worden bepaald aan de hand van metingen of berekeningen. Bij een berekening wordt gekeken naar:
- de hoeveelheid verwerkt afval of gebruikte brandstof;
- de bijbehorende emissiefactor;
- het aandeel biomassa;
- de mate waarin koolstof tijdens de verbranding wordt omgezet in CO₂.
De NEa stelt voor deze berekeningen jaarlijks factoren beschikbaar. Voor AVI’s en hun klanten zijn deze factoren belangrijk, omdat zij rechtstreeks invloed hebben op de hoogte van de verschuldigde heffing.
Voortaan eerder duidelijkheid
Tot nu toe werden de berekeningsfactoren pas laat gepubliceerd, pas tijdens of na een verslagjaar. Daardoor konden AVI’s de verwachte kosten niet tijdig verwerken in hun begrotingen en tarieven. Ook klanten wisten hierdoor pas laat met welke kosten zij rekening moesten houden. De Vereniging Afvalbedrijven heeft namens alle AVI’s en hun toeleveranciers de NEa daarom gevraagd de factoren eerder bekend te maken. De NEa heeft hier positief op gereageerd. Voortaan zal de NEa de relevante berekeningsfactoren uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan het verslagjaar publiceren. Dit wordt de year-ahead-systematiek genoemd. AVI’s en hun klanten krijgen hierdoor eerder duidelijkheid over een belangrijke parameter voor de CO₂-heffing. Voor het overgangsjaar 2026 heeft de NEa de berekeningsfactoren in juni 2026 gepubliceerd. Daarbij is aangesloten bij eerder beschikbare factoren. De NEa vermeldt de berekeningsfactoren voor AVI’s op haar website.
Hoe ontwikkelt de heffing zich?
De nationale CO₂-heffing voor de industrie bestaat sinds 2021 en komt voort uit het Klimaatakkoord. Het oorspronkelijke doel van de heffing is om eraan bij te dragen dat de industrie in 2030 14,3 megaton minder CO₂ uitstoot. De regeling geldt voor grote industriële installaties, enkele bedrijven met aanzienlijke lachgasemissies en afvalverbrandingsinstallaties. De Tweede Kamer heeft het vorige kabinet in 2025 verzocht de CO₂-heffing voor de industrie af te schaffen. Vervolgens is de heffing voor reguliere industriële ETS-installaties vanaf 2026 versoepeld. Deze versoepeling geldt niet voor AVI’s. Voor AVI’s bedraagt het wettelijke tarief in 2026 € 103,66 per ton CO₂. Vanaf 2027 wil het kabinet het tarief verder verhogen; volgens de huidige plannen loopt dit voor AVI’s op tot € 295 per ton in 2030.
Het kabinet-Jetten heeft in het regeerakkoord het voornemen opgenomen de nationale CO₂-heffing voor de industrie af te schaffen. Voor een daadwerkelijke afschaffing is echter een wetswijziging nodig. Zolang die wetswijziging niet is aangenomen en in werking is getreden, blijven de bestaande wettelijke verplichtingen gelden.
Voor AVI’s speelt daarnaast de zogenoemde 567-maatregel. Het kabinet wil via een combinatie van een hogere afvalstoffenbelasting en een hogere CO₂-heffing voor AVI’s structureel minimaal € 567 miljoen per jaar ophalen. Over de precieze gevolgen, de uitvoering en mogelijke alternatieven vindt nog overleg plaats.
Wat betekent dit voor de keten?
De CO₂-heffing kan ertoe leiden dat de kosten van afvalverwerking stijgen. De precieze gevolgen verschillen per AVI, contract en afvalstroom, en daarom zal ook de wijze waarom de CO2-heffing doorwerkt in ieder situatie anders kunnen zijn.

Contactpersoon
Liane Schoonus

