Nieuws

Nieuwsbericht - 1 april 2026

€567 miljoen extra belasting ondermijnt circulaire plastics

eerst oplossen, dan opschalen

De voorgenomen extra heffing van €567 miljoen op de afval- en recyclingsector ondermijnt direct het investeringsvermogen in recycling, nascheiding en CO₂-reductie. Daarnaast maakt zij verwerking in Nederland veel duurder dan over de grens. Dat vergroot het risico op afvalexport, capaciteitsverlies en het stilvallen van circulaire investeringen.

Kabinet en Tweede Kamer hebben inmiddels erkend dat deze fiscale route averechts uitpakt voor circulariteit, grondstoffenonafhankelijkheid en klimaatdoelen. Met de aangenomen motie-Stultiens c.s. is het kabinet verzocht alternatieve dekking te vinden, bij voorkeur gericht op fossiele en lineaire stromen. Die alternatieven zijn aangedragen door de Werkgroep Afvalsectoren en eerder opgenomen in het rapport van de Plastic Tafel.

Daarom moet eerst helderheid komen over een structurele oplossing om de €567 miljoen buiten de afval- en recyclingketen te leggen. Zonder dat fundament zijn investeringen in circulaire plastics niet of nauwelijks mogelijk.

Tegen deze achtergrond staat ook de Nederlandse plasticrecyclingsector zwaar onder druk.

Circulaire plastics onder druk

Het investeringsklimaat in de circulaire infrastructuur is al jaren instabiel. De concurrentiepositie van recyclaat verslechtert door goedkoop virgin materiaal, laaggeprijsde import van buiten Europa en nationale belastingmaatregelen die het speelveld verder scheeftrekken. De afzetmarkt stokt en productie draait op lagere capaciteit. Inmiddels zijn zestien recyclingbedrijven failliet gegaan - goed voor circa 30 procent van de Nederlandse plasticrecyclingcapaciteit. Volgens Kim Meulendijks (Renewi) staat de sector daarmee op een cruciaal kantelpunt: “Zonder gerichte ingrepen verliezen we niet alleen bedrijven, maar ook de capaciteit om onze circulaire ambities waar te maken. Politiek invulling geven aan deze aanbevelingen is noodzakelijk om de sector overeind te houden.”

Tegelijkertijd blijven de beleidsambities hoog. Europa heeft circulariteit wettelijk verankerd via onder meer de SUPD, de PPWR en de ELV-verordening. Nederland wil in 2035 55 procent van het grondstoffenverbruik laten bestaan uit gerecyclede of biobased grondstoffen.

Maar met afnemende capaciteit en weglekkende investeringen en grondstoffen uit ons afval, raakt dat doel steeds verder uit het zicht.  De voorgenomen extra heffing ondergraaft deze ambities verder.

In plaats van opschaling zien we afbouw.

Randvoorwaarden voor herstel

Om de markt te stabiliseren en de circulaire doelen binnen bereik te houden, zijn de volgende maatregelen essentieel. De transitie naar een circulaire plasticketen komt namelijk niet vanzelf tot stand, stelt Freek Bakker (PreZero). “De transitie naar een circulaire plasticketen is geen autonoom marktproces, maar een bestuurlijke keuze. Alleen met verplichtende vraagsturing, een gelijk speelveld, gerichte financiële prikkels en duidelijke regie kan bestaande recyclingcapaciteit behouden blijven en verdere opschaling plaatsvinden.”

1. Schrap de voorgenomen extra belastingheffing van € 567 miljoen op de recycling- en afvalsector. Deze verslechtert de concurrentiepositie van recycling en belemmert daarmee de transitie naar een circulaire economie.
2. Voer verplichte recycled-content eisen in op Europees  en nationaal niveau, met strikte handhaving en robuuste verificatie.
3. Zet de EU-plasticheffing (circa €200–250 miljoen) om in een gerichte circulaire prikkel, via doorbelasting of doelgerichte inzet van middelen.
4. Maak circulair inkopen verplicht in alle relevante overheidsaanbestedingen, met concrete en toetsbare gunningscriteria.

Voor structureel marktherstel en schaalbaarheid is daarnaast noodzakelijk:

5. Herstel het gelijke speelveld, onder meer via CBAM voor polymeren, ‘mirror clauses’ en keten-equivalentie.
6. Bied structurele steun aan mechanische recyclingfaciliteiten, bijvoorbeeld via toegang tot betaalbare energie en versnelde vergunningverlening.
7. Overbrug het prijsverschil tussen virgin en recyclaat met gerichte financiële steun (zoals OPEX-reductie, CO₂-vergoeding of vrijstelling afvalstoffenbelasting voor sorteerresidu). Een vrijstelling voor sorteerresidu mag niet leiden tot een hogere belasting op afvalstromen die buiten de vrijstelling vallen.

Recycling is strategische productie

Recycling is geen restactiviteit, maar productie van secundaire grondstoffen. Het is cruciaal voor strategische autonomie, CO₂-reductie en leveringszekerheid.

Nederland heeft inmiddels circa 270.000 ton recyclingcapaciteit verloren. Dat schaadt de klimaatdoelen, remt innovatie en verzwakt onze grondstoffenpositie.

De sector roept politiek en bestuur op om deze maatregelen actief te borgen in Den Haag en Brussel en samen met de keten te werken aan een integrale aanpak.

De volgorde is daarbij helder: eerst een structurele oplossing voor de €567 miljoen buiten de afval- en recyclingketen. Pas daarna ontstaat de stabiliteit die nodig is om weer vol in te zetten op opschaling van circulaire plastics en verdere verduurzaming van de infrastructuur.

Alleen zo blijven circulaire ambities meer dan papieren doelstellingen.

Rechts van dit artikel vindt u de volledige notitie Circulair Plastics. Hier vindt u het rapport van de Werkgroep Afvalsector. 

Huug Barendrecht

Contactpersoon
Huug Barendrecht

Onze nieuwsbrief
ontvangen?